Menu weergeven

Spreuken 23

Dertig spreuken van wijze mensen (vervolg)

1 Als je bij een heerser aan tafel zit,
onthoud dan goed met wie je te maken hebt.
2 Eet bescheiden,
vooral als je van veel eten houdt.
3 Laat je niet verleiden door al het lekkers dat hij je voorzet.
Want het kan heel goed zijn dat hij je daarmee probeert om te kopen.


4 Waarom zou je heel hard werken om rijk te worden?
Waarom erover piekeren hoe je rijk kan worden?
5 Want plotseling zal je rijkdom vleugels krijgen en wegvliegen,
verdwijnen als een wegschietende arend.


6 Ga niet eten bij iemand die slecht en gierig is.
Laat je niet verleiden door zijn lekkers.
7 Hij zegt wel: "Eet en drink nog wat," maar eigenlijk vindt hij het zonde.
Hij zegt het alleen omdat hij iets van je wil.
8 Uiteindelijk zal zijn eten je misselijk maken.
Je vriendelijke woorden zul je aan hem hebben verspild.


9 Doe geen moeite iets verstandigs tegen een dwaas te zeggen.
Hij waardeert je wijsheid toch niet.


10 Verleg niet de grenzen van de akkers die lang geleden door je voorouders zijn vastgesteld.
Neem weeskinderen hun akkers niet af.
11 Want ze hebben een machtige Verdediger.
Hij zal voor hen opkomen.


12 Luister naar goede raad
en houd je oren open voor wijze woorden.


13 Straf een kind als het nodig is.
Hij zal van een pak slaag heus niet dood gaan.
14 Je slaat hem wel met de stok,
maar daarmee red je juist zijn leven.


15 Mijn zoon, als je wijs en verstandig bent,
zal ik daar blij over zijn.
16 Ik zal trots op je zijn
als ik je verstandige dingen hoor zeggen.


17 Wees niet jaloers op mensen die zich niets van God aantrekken.
Zorg er liever voor dat je diep ontzag hebt voor de Heer.
18 Je zal ervoor beloond worden.
Je zal krijgen waar je naar verlangt.


19 Luister, mijn zoon, en wees wijs.
Kies er met je hele hart voor om de juiste weg te gaan.
20 Ga niet om met mensen die altijd maar feestvieren.
21 Want zuipers en veelvraten verslapen hun dag,
worden arm en lopen uiteindelijk in vodden.


22 Luister naar je ouders uit wie je bent ontstaan.
Heb ook nog respect voor hen als ze oud geworden zijn.
23 Kies altijd voor waarheid en goede raad.
Ruil ze nooit in voor iets anders.
24 Ouders zijn blij met een goede zoon.
Ze verheugen zich over zijn wijsheid.
25 Ik hoop dat je vader en moeder blij met je zullen zijn.
Zij hebben je het leven gegeven.


26 Mijn zoon, vertrouw mij.
Leef op de manier die ik je heb voorgedaan.
27 Luister: een hoer is als een diepe kuil.
Ze is als een diepe put waar je nooit meer uit komt.
28 Ze loert op je als een rover.
Ze heeft al heel veel mensen verleid.

29 Wie roepen er aldoor ach en wee?
Wie lopen altijd te ruziën en te klagen?
Wie raken altijd nodeloos gewond?
Wie lopen altijd met rode ogen?
30 Mensen die bij elkaar komen om eens lekker door te drinken
en daar de hele nacht mee doorgaan.
31 Laat je niet verleiden door de wijn,
prachtig rood fonkelend en schitterend in de beker.
Hij is zo heerlijk!
32 Maar uiteindelijk bijt hij als een slang,
is hij giftig als een adder.
33 Je gaat naar andere vrouwen kijken.
Je zegt dingen die je niet had moeten zeggen.
34 Je voelt je alsof je midden op zee bent,
alsof je moet slapen in het topje van de mast.
35 Later zeg je: "Ze hebben me geschopt en geslagen,
maar ik heb er niets van gevoeld.
Ik moest maar eens goed wakker worden.
Daar heb ik eerst een slok wijn voor nodig."

Menu