Menu weergeven

Spreuken 18

Spreuken van Salomo (vervolg)

1 Mensen die denken alles beter te weten, doen waar ze zelf zin in hebben.
Ze worden kwaad als iemand hun goede raad geeft.


2 Dwaze mensen proberen niet om wijze dingen te zeggen.
Ze zeggen gewoon alles wat er in hen opkomt.


3 Slechte mensen worden overal gehaat.
Niemand heeft een goed woord voor hen over.


4 De woorden van een mens komen diep uit zijn hart.
Wijsheid borrelt als een bron op uit zijn hart, als een bruisende beek.


5 Het is verkeerd om slechte mensen voor te trekken
om zo eerlijke mensen te benadelen in hun rechtszaak.


6 De woorden van dwaze mensen veroorzaken ruzies.
Hun mond vráágt gewoon om een klap.


7 Dwaze mensen storten zichzelf in het ongeluk door de dingen die ze zeggen.
Hun eigen woorden doden hen.


8 Roddelpraatjes slaan wonden.
Ze verwonden iemand tot in het diepst van zijn hart.


9 Iemand die veel te lang over zijn werk doet,
heeft net zoveel schade als iemand die te veel geld uitgeeft.


10 De Heer is als een sterke toren.
Rechtvaardige mensen rennen daarheen en zijn veilig.


11 Dankzij zijn geld is een rijk mens helemaal veilig.
Zo veilig als in een stad met hoge muren – denkt hij.


12 Als je je te veel verbeeldt, loopt het slecht met je af.
Maar als je bescheiden bent, zul je worden geprezen.


13 Als je antwoord geeft vóórdat je hebt geluisterd, ben je een dwaas.
Je maakt jezelf belachelijk.


14 Als je sterk van geest bent, blijf je overeind in tijd van ziekte.
Maar als je opgeeft, wie kan jou dan nog helpen?


15 Verstandige mensen worden steeds wijzer.
Hun hart en oren zoeken steeds naar wijsheid.


16 Door anderen om te kopen, kun je veel bereiken.
Het brengt je bij belangrijke mensen die je anders nooit te spreken zou krijgen.


17 In een rechtszaak lijkt degene die het eerst zijn verhaal mag doen, gelijk te hebben.
Maar dan komt de tweede met zijn verhaal en werpt daarmee nieuw licht op de zaak.


18 Door te loten kun je problemen oplossen en een einde maken aan ruzies.
Je kan er vechters mee uit elkaar halen.


19 Het is gemakkelijker om een stad te veroveren,
dan om het weer goed te maken met iemand die je hebt gekwetst.
Een ruzie is een sterkere blokkade dan de grendels op de deuren van een burcht.


20 Je zal zelf de gevolgen dragen van de dingen die je zegt.
Je woorden geven je altijd de beloning die je verdient – goed of slecht.


21 Je tong heeft de macht over leven en dood.
Als je je mond zijn gang laat gaan, zul je daarvan de gevolgen dragen.


22 Als je een vrouw hebt gevonden, heb je iets goeds gevonden.
Ze is een geschenk van de Heer.


23 Arme mensen moeten smeken,
maar rijke mensen kunnen met norse woorden antwoorden.


24 Als je vrienden hebt, doe dan je best om ze te vriend te houden.
Want een vriend is trouwer dan een broer.

Menu